In het openbaar

De jaren zestig van de vorige eeuw worden aangemerkt als het begin van de seksuele revolutie, maar dat was nog lang geen maatschappelijke vooruitgang voor seksuele minderheden. Er was meer seksuele vrijheid dankzij een groter assortiment voorbehoedsmiddelen. De vrouwenbeweging kwam op gang met ludieke acties van Dolle Mina’s, die sigaren rokend de straat op trokken, maar al die nieuw verworven vrijheden waren voor de grote groep heteroseksuelen die sowieso al meer vrijheden genoten dan mensen die tot een seksuele minderheid behoorden. De buurman in de straat die homoseksueel was, werd nog gewoon gepest door de kinderen in de buurt en als hij uitging, dan was dat naar een geblindeerde uitgaansgelegenheid met een stevige portier voor de deur, naast een koperen plaat met daarop de tekst: Alleen voor leden.

In de jaren zeventig zag het COC zich gedwongen landelijke voorlichtingscampagnes te beginnen om meer begrip te kweken voor homoseksualiteit op scholen. Maar niet beperkt tot scholen. Zo werden ook politie-agenten voorgelicht, omdat zij nog wel eens de andere kant uitkeken, wanneer er een geweldsdelict plaatsvond op een plek in het park of elders in de stad waar homoseksuelen elkaar troffen. Had je daar maar niet moeten lopen, zo vond menig agent indertijd nog. Een beetje zoals een rechter in diezelfde tijd nog wel eens aan een verkrachtingsslachtoffer kon vragen hoe zij gekleed was voordat het geweldsdelict plaatsvond.

Het woord ‘potenrammers’, als aanduiding voor jongeren die zich als doel stelden homoseksuelen in elkaar te slaan op ontmoetingsplekken, was een veelgehoord woord in die tijd. Voorlichters die scholen aandeden zagen zich geconfronteerd met onderwijzend personeel dat de Bijbel citeerde om aan te tonen dat homoseksualiteit ‘zondig’ was. Dat kregen hun leerlingen ook mee als levenswijsheid. De potenrammers kwamen dan ook vaak uit fijn-christelijke kringen, zoals ze nu vaak ook weer uit gelovige milieus komen.

Toch is er decennialang betrekkelijke rust geweest en ondanks een verbeterde maatschappelijke positie van seksuele minderheden, neemt het aantal geweldsdelicten weer toe. Moslims krijgen daar vaak de schuld van, want die krijgen nu eenmaal overal de schuld van, maar we mogen niet vergeten dat ons dagelijks leven zich voor een groot deel verplaatst heeft naar social media, die gerund worden door mensen die flauwvallen als ze een tepel op een foto denken te zien, maar tegelijkertijd groepen die geweld propageren ruim baan geven. Ook als je met vijfhonderd mensen bij Facebook een klacht indient tegen een pagina die oproept homoseksuelen buiten te sluiten, te veroordelen of te vervolgen, dan zien Amerikaanse moderators geen reden om daar iets aan te doen.

Al met al is dat dan ook een zekere invloed op de bevolking van een land, dat als eerste soevereine staat het homohuwelijk legaliseerde.

Des te meer reden om met ons tijdschrift een beetje tegen de stroom in te zwemmen.